Juan del Encina (1468-1529), Trist’España sin ventura
Duarte Lobo (ca. 1565-1646), Missa pro defunctis
I Introitus
II Kyrie
Rodolfo Hallfter (1900-1987), Tres epitafios
Para la sepultura de Don Quijote
Para la sepultura de Dulcinea
Para la sepultura de Sancho Panza
Missa pro defunctis
III Graduale
IV Offertorium
Einojuhani Rautavaara (1973), Suite de Lorca
Canción de jinete
El Grito
La Luna asoma
Malagueña
Missa pro defunctis
V Sanctus
VI Benedictus
—- pauze —-
Manuel Oltra (1922-2015), uit Bestiari:
Rata-pinyada
Rossignyol caduc
Elefant
Javier Busto Sagrado (1949), Tres Nanas Cántabras
El mi niño tiene sueño
Duérmete, que viene preguntando
El mi niño se ha dormido
Missa pro defunctis
VII Agnus Dei
VIII Communio
Manuel Oltra (1922-2015), Tres canciones de amor
Madrigalillo
Eco
Preludio
Duarte Lobo (ca. 1565-1646), Audivi vocem
Teksten en vertalingen
Juan del Encina (1468-1529), Trist’España sin ventura
Triste España sin ventura,
todos te deven llorar.
Despoblada de alegría,
para nunca en ti tornar.
Tormentos, penas, dolores,
te vinieron a poblar.
Sembrote Dios de plazer
porque naciesse pesar.
Hízote la más dichosa
para más te lastimar.
Tus vitorias y triunfos
ya se hovieron de pagar.
Pues que tal pérdida pierdes,
dime en qué podrás ganar.
Pierdes la luz de tu gloria
y el gozo de tu gozar
Pierdes toda tu esperança,
no te queda qué esperar.
Pierdes Príncipe tan alto,
hijo de reyes sin par.
Droevig en ongelukkig Spanje,
allen moeten om u wenen.
Beroofd van vreugde,
die nooit meer tot u zal keren.
Kwellingen, zorgen en pijn
hebben hun intrek bij u genomen.
God zaaide vreugde in u
Om verdriet te laten ontstaan.
Hij maakte u uiterst gezegend,
slechts om u des te harder te kwetsen.
Uw overwinningen en triomfen
hebben nu hun tol geëist.
Nu u zulk verlies lijdt,
zeg mij: wat kunt u nog winnen?
U verliest het licht van uw glorie
en de vreugde van uw geluk.
U verliest al uw hoop;
er is niets meer om naar uit te zien.
U verliest een prins van zo hoge rang,
zoon van ongeëvenaarde koningen.
Tekst: Juan del Encina
Duarte Lobo (ca. 1565-1646), Missa pro defunctis
I Introitus
Dona eis domine, et lux perpetua luceat eis.
Et tibi reddetur votum in Jerusalem:
exaudi orationem meam,
ad te omnes caro veniet
Geef hun eeuwige rust, o Heer,
en laat het eeuwige licht op hen schijnen.
En in Jeruzalem zullen wij onze gelofte aan u inlossen:
hoor mijn gebed, tot u komt al wat leeft.
II Kyrie
Kyrie eleison, Christe eleison, Kyrie eleison.
Heer ontferm u over ons, Christus ontferm u over ons, Heer ontferm u over ons.
Rodolfo Hallfter (1900-1987), Tres epitafios
1. Para la sepultura de Don Quijote
Yace aquí, el Hildago fuerte
que a tanto extremo llegó de valiente,
que se advierte que la muerte
no triunfó de su vida con su muerte.
Tuvo a todo el mundo en poco;
fue el espantajo y el coco del mundo,
en tal coyuntura, que acreditó su ventura, morir cuerdo y vivir loco.
Voor het graf van Don Quichot
Hier rust de onverschrokken edelman,
die zulke hoogte van moed bereikte
dat het duidelijk is: de dood
zegevierde niet over zijn leven door hem te doden.
Hij achtte de wereld van weinig waarde;
hij was de schrik en de verschrikking van de wereld,
en vond hierin zijn ware geluk:
sterven bij gezond verstand na een leven in waanzin.
2. Para la sepultura de Dulcinea
Reposa aqui Dulcinea;
y, aunque de carnes rolliza,
la volvió en polvo y ceniza
la muerte espantable y fea. Dulcinea!
Fué de castiza ralea,
y tuvo asomos de dama.
Y fué gloria de su aldea. Dulcinea!
Hier rust Dulcinea;
en hoewel ze goed doorvoed was,
heeft de vreselijke, lelijke dood
haar tot stof en as gemaakt. Dulcinea!
Ze was van stevig maaksel,
en had de uitstraling van een dame.
En ze was de trots van haar dorp. Dulcinea!
3. Para la sepultura de Sancho Panza
Sancho Panza es aquéste,
en cuerpo chico,
pero grande en valor,milagro extrano!
Escudero el más simple y sin engano
que tuvo el mundo,os juro y certifico.
De ser conde no estuvo en un tantico
si no se conjuraran en su daño.
Insolencias del tacano siglo,
Insolencias y agravios,
que aún no perdonan a un borrico.
Sobre él anduvo
este man so escudero,
tras el manso caballo Rocinante
y tras su dueno.
Oh vanas es peranzas de la gente!
Cómo podéisis conprometer descanso,
y al fin paráis en sombra,
en humo, en sueño!
Sancho Panza es aquéste.
Voor het graf van Sancho Panza
Hier rust Sancho Panza – klein van stuk,
maar groot van moed – een wonderbaarlijk fenomeen!
De eenvoudigste, meest argeloze schildknaap
die de wereld ooit heeft gekend, ik zweer het en getuig ervan.
Hij scheelde slechts een haardikte van het graafschap,
hadden de tijden zich niet tegen hem gekeerd.
De brutaliteit van een kleingeestig tijdperk –
brutaliteit en wandaad die zelfs een nederige ezel niet ontzien.
Op zo’n dier reed deze zachtmoedige schildknaap,
in het spoor van het gedweeë ros Rocinante en zijn meester.
O, de ijdele hoop van de mens!
Hoezeer je ook rust wordt beloofd,
het eindigt slechts in schaduw,
in rook, in een droom!
Hier rust Sancho Panza.
Tekst: Miguel de Cervantes (1547-1616)
Duarte Lobo (ca. 1565-1646), Missa pro defunctis
III Graduale
Dona eis domine,
et lux perpetua luceat eis.
In memoria aeterna erit justus;
ab auditione mala non timebit.
Geef hun eeuwige rust, o Heer,
en laat het eeuwig licht op hen schijnen.
In de eeuwige herinnering zal de rechtvaardige zijn,
door een kwaad gerucht zal hij niet bevreesd worden.
IV Offertorium
Domine Iesu Christe, Rex gloriæ,
libera animas omnium fidelium defunctorum
de pœnis inferni et de profundo lacu:
libera eas de ore leonis,
ne absorbeat eas tartarus,
ne cadant in obscurum:
sed signifer sanctus Michael
repræsentet eas in lucem sanctam:
Quam olim Abrahæ promisisti, et semini eius.
Heer Jezus Christus, Koning der heerlijkheid,
bevrijd de zielen van alle gelovige overledenen
van de straffen van de hel en van de afgrond:
bevrijd hen uit de muil van de leeuw,
opdat Tartarus hen niet verslindt,
opdat zij niet in de duisternis vallen:
maar laat de heilige vaandeldrager Michaël
hen vertegenwoordigen in het heilige licht:
dat u aan Abraham en zijn nageslacht vanouds hebt beloofd.
Einojuhani Rautavaara (1973), Suite de Lorca
Cancion de jinete
Cordoba, lejana y sola
Jaca negra, luna grande,
y aceintunas en mi alforga.
Aunque sepa los caminos
yo nunca llegaré a Cordoba.
Por el llano, por el viento,
jaca negra, luna roja.
La muerte me esta mirando
desde las torres de Cordoba.
!Ay que camino tan largo!
!Ay mi jaca valerosa!
!Ay que la muerte me espera,
antes de llegar a Cordoba!
Cordoba, lejana y sola.
Ruiterliedje
Cordoba, ver en verlaten.
Zwart paardje, heldere maan
en olijven in mijn zadeltas.
Hoe goed ik de weg ook ken
nooit zal ik Cordoba bereiken.
Door de vlakte, tegen de wind,
zwart paardje, rode maan.
De dood staart me aan
vanaf de torens van Cordoba.
Ach, de weg is zo lang!
Ach, mijn dappere paardje!
Ach, de dood wacht me op
voordat ik Cordoba bereiken kan!
Cordoba, ver en verlaten.
El Grito
La elipse de un grito
va de monte
a monte.
Desde los olivos
sera un arco iris negro
sobre la noche azul. Ay!
Como un arco de viola
el grito ha hecho vibrar
largas cuerdas del viento. Ay!
(Las gentes de las cuevas
asoman sus velones)! Ay!
De gil
Als een ellips
weerkaatst een gil
tussen de bergen.
Vanuit de olijfbomen
wordt hij een zwarte regenboog
tegen het avondblauw. Ay!
Als de strijkstok van een viool
deed de gil stembanden trillen
de lange stembanden van de wind. Ay!
(De grotbewoners steken
hun olielamp naar buiten) Ay!
La Luna asoma
Cuando sale la luna
se pierden las campanas
y aparecen las sendas
impenetrables.
Cuando sale la luna
el mar cubre la tierra
y el corazon se siente
isla en el infinito.
Nadie come naranjas
bajo la luna llena.
Es precioso comer
fruta verde y helada.
Cuando sale la luna
de cien rostros iguales,
la moneda de plata
solloza en el bolsillo.
Als de maan opkomt
Als de maan opkomt
verstillen de klokken
en doemen ondoordringbare
paden op.
Als de maan opkomt
bedekt de zee de aarde
en het hart voelt zich
eiland in de oneindigheid.
Men moet geen sinaasappels eten
bij volle maan.
Beter zijn
harde en koude vruchten.
Als de maan opkomt
over honderd eendere gezichten,
hoort men het zilvergeld
snikken in de beurs.
Malagueña
La muerte
entra y sale
de la taberna.
Van caballos negros
y gente siniestra
por los hondos caminos
de la guitarra.
Y hay un olor a sal
y a sangre de hembra
en los nardos febriles
de la marina.
La muerte
entra y sale
y sale y entra
la muerte
de la taberna.
Flamenco-liedje
De dood
komt en gaat
in de taverne.
Er komen zwarte paarden langs
en duistere lieden
op de verborgen wegen
van de gitaar.
En het ruikt naar zout
en naar meisjesbloed
in het koortsende narduskruid*
langs de kust.
De dood
komt en gaat
en gaat en komt
de dood
in de taverne.
*Nardus: Aziatische plant uit de kamperfoeliefamilie, bekend om zijn geurstof
Tekst: Federíco García Lorca (1898-1936), vertalingen Bavo Hopman
PAUZE
Duarte Lobo (ca. 1565-1646), Missa pro defunctis
V Sanctus
Sanctus Dominus, Dominus Deus, Deus Sabaoth. Pleni sunt coeli et
terra gloria tua. Hosanna in exelsis.
Heilig is de Heer, de Heer is God, God der heerscharen. Aarde en hemel zijn vol van uw glorie. Hosanna in den hoge.
VI Benedictus
Benedictus qui venit in nomine Domini. Hosanna in excelsis
Gezegend Hij, die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hoge.
Manuel Oltra (1922-2015), uit Bestiari
Rata-pinyada
Esparracada,
negra i nocturna
rata-pinyada.
Errant espurna
tost apagada
d’un braserar
on manta bruixa
rosteix la cuixa
d’un ermità.
Vleermuis
Fladderige,
zwarte en nachtelijke
vleermuis.
Dwalende vonk
al snel gedoofd
uit een vurige kolenbak
waarin menig heks
de dij roostert
van een kluizenaar.
Rossigyol caduc
L’amor em consola
si el cor es fa vell!
La nit està sola;
no cantis ocell.
La nit gust de menta
i olor de clavell.
Ton pit se’n turmenta,
no cantis ocell.
Vull foc a l’entranya,
frisança a la pell!
La lluna t’enganya;
no cantis ocell.
De gebroken nachtegaal
Liefde troost me
als het hart oud wordt!
De nacht is eenzaam;
zing niet, vogeltje.
De nacht smaakt naar munt
en ruikt naar anjer.
Je borst wordt gekweld,
zing niet, vogeltje.
Ik wil vuur in mijn buik,
onrust op mijn huid!
De maan bedriegt je;
zing niet, vogeltje.
Elefant
De la trompa grisa
canons acerats,
de les quatre potes
de temple pilars,
popular bandera
de l’orella gran,
de la pell gruixuda
galtes d’advocat,
dels ullals de vori
torres de pedant.
Elefant.
Olifant
Van de grijze slurf
tot stalen kanonnen,
van de vier poten
tempelzuilen,
een volksvlag
van het grote oor,
van de dikke huid
de wangen van een advocaat,
van de ivoren slagtanden
de torens van de betweter.
Olifant.
Tekst: Pere Quart (pseudoniem Joan Olivier, 1937)
Javier Busto Sagrado (1949), Tres Nanas Cántabras
1. El mi niño tiene sueño
El mi niño tiene sueño, el mi niño va a dormir,
un ojín tiene cerrado y otro no lo puede abrir.
Mijn kind is slaperig, mijn kind valt zo in slaap,
één oogje is dicht en het andere krijgt hij al niet meer open.
2. Duérmete, que viene preguntando
Duérmete niño en la cuna, mira que viene el cocón,
preguntando por las casas quién es el niño llorón.
Kindje-lief, ga maar slapen in je wieg,
anders komt zo de boeman, die vraagt welk kind daar zo huilt.
3. El mi niño se ha dormido
El mi niño se ha dormido, cuidado no se despierte,
si le quieren aplaudir, cuidado no lo hagan fuerte.
Ay, niño, no te olvido yo. Ay, niño, que te quiero yo.
Mijn kind slaapt net, pas op dat je het niet wakker maakt,
als je voor hem wil applaudisseren, doe het dan zachtjes.
Ach mijn kindje, ik vergeet je niet. Ach mijn kind, ik heb je zo lief.
Teksten: resp. de Roiz (ca. 353); de Cabuérniga (ca. 349); de Trasmiera (ca. 352)
Duarte Lobo (ca. 1565-1646), Missa pro defunctis
VII Agnus dei
Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, dona eis requiem, sempiternam requiem. Lux aeterna luceat eis, Domine; cum sanctis tuis in aeternum, quia pius est.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegdraagt, geef hun rust, eeuwige rust. Laat uw eeuwige licht op hen beschijnen schijnen, samen met uw heiligen in eeuwigheid, want u bent vol van genade.
VIII Communio
Requiem æternam dona eis, Domine;
et lux perpetua luceat eis; cum Sanctis tuis in æternum, quia pius es.
Schenk hun eeuwige rust, o Heer; en laat het eeuwig licht op hen schijnen.
Laat het eeuwig licht op hen schijnen, o Heer voor eeuwig bij uw heiligen.
Manuel Oltra, Tres canciones de amor
Madrigalillo
Cuatro granados
tiene tu huerto.
(Toma mi corazón
nuevo.)
Cuatro cipreses
tendrá tu huerto.
(Toma mi corazón
viejo.)
Sol y luna.
Luego…
¡ni corazón
ni huerto!
Madrigaaltje
Je tuin telt
vier granaatappels
(Pluk mijn nieuwe hart).
Je tuin zal
vier cipressen tellen.
(Pluk mijn oude hart).
Zon en maan. Dan…
hart noch tuin!
Eco
Ya se ha abierto
la flor de la aurora.
(¿Recuerdas
el fondo de la tarde?)
El nardo de la luna
derrama su olor frío.
(¿Recuerdas
la mirada de agosto?)
Echo
De bloem van de dageraad
is al ontloken.
(Herinner je je
de diepte van de avond?)
Het nardusgras van de maan
verspreidt zijn koude geur.
(Herinner je je
de aanblik van augustus?)
Preludio
Las alamedas se van,
pero dejan su reflejo.
Las alamedas se van,
pero nos dejan el viento.
El viento está amortajado
a lo largo bajo el cielo.
Pero ha dejado flotando
sobre los ríos sus ecos.
El mundo de las luciérnagas
ha invadido mis recuerdos.
Y un corazón diminuto
me va brotando en los dedos.
Prelude
De populierenrijen verdwijnen,
maar laten hun weerspiegeling achter.
De populierenrijen verdwijnen,
maar laten ons de wind na.
De wind is in nevelen gehuld
langs de lage hemel.
Maar hij liet zijn echo’s
op de rivieren dobberen.
De wereld van de glimwormen
is mijn herinnering binnengedrongen.
En tussen mijn vingers begint
een heel klein hartje te wellen.
Tekst: Federíco García Lorca (1898-1936)
Vertalingen: Alfrun, Paul en Aukje, tenzij anders vermeld
Vocaal Ensemble Larynx bestaat uit:
Mascha Punt, Aukje Vergeest (sopraan)
Immie van Kalken, Margriet Rienks (alt)
Kees Taat, Jan Fekke Ybema (tenor)
Paul Dros, Gijs Klunder (bas)
o.l.v. Alfrun Schmid
Vocaal Ensemble Larynx bestaat uit acht zangers (SSAATTBB) en werd in 2014 opgericht door ervaren koorzangers onder leiding van Martine des Tombe. Met veel plezier bracht Larynx de afgelopen jaren de meest uiteenlopende programma’s: madrigalen van Monteverdi en Hindemith, diverse werken van onder anderen Lassus, Poulenc, Pärt, Lang en zelfs het achtstemmige Requiem van Herbert Howells.
Larynx werkt regelmatig samen met andere ensembles; met koperblazersensemble Hoog van de Toren gaf Larynx in 2018 en 2019 succesvolle kerstconcerten compleet met het kerstverhaal: Jacob de Bijter, ‘de onhandelbare kameel van Koning Balthasar’.
Met Ensemble Corona (sopraan, blokfluiten/cornetto, viola da gamba en luit) ging Larynx al drie keer een bijzondere samenwerking aan. In 2015 en 2016 voerden we het programma Venga Aventurero uit, met overwegend Spaanse muziek uit de 15de en 16de eeuw. Tussen 2019 en 2023 realiseerden Ensemble Corona en Larynx een heel eigen project: Sancta Susanna, een modern oratorium dat het verhaal van de badende Susanna vertelt. Sinds 2025 staat Larynx onder leiding van Alfrun Schmid.
Alfrun Schmid
Alfrun Schmid is zowel dirigente als zangeres. Hoewel klassiek opgeleid zijn het de hedendaagse kunst en muziek die haar het meest raken. Samen met Elisabeth Smalt is ze artistiek leider en zangeres in Scordatura Ensemble, gespecialiseerd in microtonale en spectrale muziek en sinds 2006 in binnen- en buitenland actief. Het ensemble werkt dit najaar nauw samen als ‘proefkonijn’ voor compositiestudenten van het Koninklijk Conservatorium.
Als zangeres en artistiek adviseur is Alfrun verbonden aan kamerkoor PA’dam, een veelzijdig ensemble met uiteenlopend repertoire van Bach tot Heavy Metal. In 2024 is de serie ‘Bach op Vrijdag’ in de Waalse Kerk geïntroduceerd. Als soliste zong Alfrun dit jaar voor het eerst de altpartij in de Johannespassion van Bach. Op het gebied van hedendaagse muziek werkt ze regelmatig met Nederlandse componisten zoals Aart Strootman en Kate Moore en zal ze in het najaar te horen zijn met het hedendaags ensemble Modelo62, in composities van de Canadese Cassandra Miller.
Naast Larynx dirigeert Alfrun twee Amsterdamse kamerkoren, Vocaal Ensemble Frascanti en het AUK. Als coach ondersteunt zij op regelmatige basis het Toonkunstkoor Rotterdam.